Godfried Bomans - De vleugelman
Uit 'DE VIJVERVROUW EN ANDERE SPROOKJES'
Er was eens een man en die wilde zo graag vliegen. Niet in een luchtballon en niet in een
vliegmachien, maar met eigen vleugels. Hij had daar een bedoeling mee, maar die wilde
hij niemand zeggen. En zo kocht hij een dode zwaan en sneed er de vleugels af. De vleugels
bond hij op zijn rug en toen sprong hij uit het raam naar beneden. In het ziekenhuis had
hij veel tijd om na te denken.
'Dokter,' vroeg hij eindelijk, 'zijn er grotere vogels dan zwanen?'
De dokter, die zelf veel had nagedacht, antwoordde: 'Nee. Maar die zijn er wel geweest.
Ik weet een museum en daar staat er een.'
Zodra hij beter was, ging de man naar het museum. Er kwam daar niemand, want er
werden alleen dieren bewaard die niet meer bestonden. In de laatste zaal vond hij
de vogel. Hij stond op een plankje en zijn kop reikte tot aan de zoldering. Die moet ik
hebben, dacht de man. Hij sneed er de vleugels af en bond die op zijn rug. Toen schoof
hij het raam open en stapte naar buiten.
In de gevangenis had hij veel tijd om na te denken.
'Cipier,' vroeg hij, 'zijn er nog grotere vogels dan die er niet meer zijn?'
De cipier, die weinig had nagedacht, ging terstond naar de directeur. Ze spraken er
samen over en toen de man zijn straf had uitgezeten, werd hij naar het gekkenhuis
gebracht. Dit werd bestuurd door paters en die waren heel vriendelijk. Ze lieten de
gekken begaan en gaven ze alles wat ze maar wilden.
Alleen als het te gek werd zeiden ze: 'Morgen misschien " want morgen is er
weer een dag. En zo gaven ze ook aan de man twaalf veren matrassen en nog eens
twaalf kussens van eiderdons. Hij schudde die uit op de binnenplaats en begon twee
vleugels te naaien. Ze reikten van het getraliede hek aan de ingang tot halverwege
de stenen pomp die in het midden stond.
Hij deed er de hele zomer over, maar toen het herfst was, had hij dan ook alles gereed.
Nu woonde er in dat huis een oude pater en zijn raam zag uit op de binnenplaats.
Hij had zijn hele leven gekken verzorgd en was tot de gedachte gekomen dat er evenveel
waren aan de andere zijde van het hek als aan deze kant. Toen hij dit gevonden had,
zei de overste van het huis dat hij het wat kalmer aan moest doen en zo keek hij de hele dag
naar de twee vleugels die steeds groter werden. En hoewel
hij een heilig man was, kon hij toch zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. Hij opende het
raam en vroeg: 'Ben je nu klaar?'
De man trad een schrede achteruit en bezag zijn werk. De twee vleugels blonken in de
zon, want het was een milde dag.
'Ja,' zei hij, 'ze zijn af.'
Hij bond de vleugels op zijn rug en begon te klapwieken. Maar stijgen deed hij niet.
Hij bleef op aarde als voorheen. De tranen sprongen hem in de ogen en hij keek de
priester aan.
'Groter maken kan ik ze niet,' zei hij.
'Je kunt zelf wat lichter worden,' antwoordde deze.
Het gezicht van de man begon te stralen, alsof hij het al was.
'Hoe doe je dat?' vroeg hij.
'Weinig eten,' antwoordde de pater, 'ik doe het al jaren.'
De man begon nu weinig te eten en hij werd steeds magerder. Af en toe bond hij zijn
vleugels aan en huppelde over de binnenplaats, maar stijgen deed hij niet. Toch sprong
hij steeds hoger, zo licht was hij geworden.
'Je gaat vooruit,' zei de oude pater, 'verder ben ik ook niet gekomen. Kun je niet wat
krachtiger je armen bewegen?'
'Nee,' zei de man, 'ik ben te zwak geworden.'
En dat was ook zo. Hij was zo licht geworden, dat een grijsaard hem had kunnen
optillen en dat deed de oude pater dan ook. Hij legde hem in bed en zei:
'Je bent nu zelf zo licht als een veertje.'
'Ik kan niet meer,' zei de man, 'ik heb twee jaar in het ziekenhuis gelegen en toen
nog eens vijf jaar in de gevangenis gezeten, alles voor niets. En hoe lang ben ik al hier?'
'Pas drie jaar,' antwoordde de pater, 'en ik woon hier al mijn hele leven. Maar toch
ben je verder dan ik.'
'Ik heb er veel voor over gehad,' zei de man, 'maar het is mij niet gelukt.'
De oude priester nam de hand van de zieke en keek uit het raam. Het was al laat in
de herfst, maar de zon scheen nog op de binnenplaats. De wind deed de dorre blaren
over de stenen dwarrelen en omdat het die nacht geregend had, was het garen van
de vleugels losgegaan. De veren stoven in het rond.
'Liggen ze goed?' vroeg de zieke, zonder het hoofd te heffen.
'Ja hoor,' zei de oude man, 'wees maar gerust. Maar wat wilde je er eigenlijk mee?'
De zieke man werd verlegen. Want het komt wel voor dat men zijn hele leven aan
iets gewijd heeft en op het eind begint te twijfelen.
'Ik heb het aan niemand ooit verteld,' antwoordde hij, 'ik wilde naar de hemel
zonder dood te gaan.'
De ander knikte, want dat was juist wat hij wel gedacht had.
'Dat wil iedereen,' zei hij, 'en het is vroeger ook zo geweest. Je bént
helemaal niet gek.'
De zieke glimlachte, want dat was juist wat hij altijd wel geweten had.
'Ik ben blij het te horen,' zei hij, 'laat mijn hand niet los, want ik ga slapen.'
Hij sloot de ogen en sliep. Het raam stond open en de veren dwarrelden door de kamer.
Zij vielen op zijn magere lichaam en streken neer op zijn dichte ogen. Maar hij merkte
het niet. Hij sliep.

naar de hoofdpagina
Spirituele boeken online over metafysica, mystiek, esoterie, met affirmaties voor een nieuwe tijd.
Metafysische ebooks & inspirerende kinderboeken, over zelfontplooiing, meditatie, spiritualiteit,
positief denken, vertrouwen, verlangen, een cursus in wonderen, overvloed, het Onze Vader en
succes.