de gelukkige prins - oscar wilde
de gelukkige prins - oscar wilde
Voorwoord.

Dit sprookje en andere werken werden oorspronkelijk door Oscar Wilde voor zijn zoontjes geschreven.
Hoewel het verhaal van de gelukkige prins nu meer dan honderd jaar oud is, is het voor duizenden kinderen
en volwassenen een bron van inspiratie geweest.
Jeremy Blomley van BookDezine.com heeft dit e-boek in het Engels gepubliceerd.
Margareth Lee heeft het omgezet in een tekstdocument en in het Nederlands vertaald.




de gelukkige prins - oscar wilde

    Boven de stad, op een hoge zuil, stond het beeld van de gelukkige prins.
HIj was helemaal verguld met mooi dun goudblad. Zijn ogen waren twee helderblauwe saffieren en een grote robijn glansde op zijn zwaardgevest.

HIj werd heel erg bewonderd. Een gemeenteraadslid, die graag kunstzinnig wilde lijken, merkte op: 'Hij is zo mooi als een weerhaan. Alleen lang niet zo nuttig,' voegde hij eraan toe, uit angst dat de mensen zouden denken dat hij onpraktisch was. In werkelijkheid was hij dat niet. 'Waarom kun je niet net als de gelukkige prins zijn?' vroeg een verstandige moeder aan haar zoontje, die de maan wilde hebben. 'De gelukkige prins zeurt nooit ergens om.'

'Ik ben blij dat er tenminste iemand gelukkig is op deze wereld,' bromde een teleurgestelde man, terwijl hij naar het prachtige beeld keek.

'Hij lijkt op een engel', zeiden de weeskinderen, terwijl ze uit de kerk kwamen, gekleed in hun helderrode mantels en schone witte schortjes. 'Hoe weten jullie dat?' vroeg de wiskunde leraar. 'Jullie hebben er nog nooit eentje gezien.'

'O, maar dat hebben we wel, in onze dromen,' antwoordden de kinderen. De wiskunde leraar fronste en keek heel streng, want hij was er geen voorstander van dat kinderen droomden.

Op zekere nacht vloog er een kleine zwaluw over de stad. Zijn vrienden waren zes weken geleden vertrokken naar Egypte. Hij was achtergebleven, omdat hij verliefd was op een prachtige rietstengel.

Vroeg in de lente had hij haar ontmoet toen hij achter een grote gele mot boven de rivier aanvloog. Hij voelde zich zo aangetrokken tot haar slanke middel, dat hij met haar was gaan praten.

'Zal ik van je houden?' vroeg de zwaluw, die graag meteen ter zake kwam. De rietstengel boog diep voor hem. Dus vloog hij almaar rondjes om haar heen, terwijl hij het water aanraakte met zijn vleugels, wat er zilveren kringen in veroorzaakte. Zo maakte hij haar het hof en dat duurde de hele zomer lang.

'Het is een belachelijke verliefdheid,' tsjilpten de andere zwaluwen. 'Ze heeft geen geld en veel te veel familie. En de rivier was inderdaad vol rietstengels. Toen de herfst eraan kwam, vlogen ze allemaal weg.

Nadat ze weg waren, begon de zwaluw zich eenzaam te voelen. Hij kreeg genoeg van zijn geliefde. 'Ze heeft niets te zeggen,' zei hij. 'En ik ben bang dat ze een flirt is, want ze flirt altijd met de wind.' En inderdaad, zodra de wind waaide, maakte de rietstengel de sierlijkste buigingen. 'Ik moet toegeven dat ze huiselijk is,' vervolgde hij. 'Maar ik hou ook van reizen en dus zou mijn vrouw ook van reizen moeten houden.'

'Wil je met me meekomen?' vroeg hij tenslotte aan haar. Maar de rietstengel schudde haar hoofd. Ze was teveel gehecht aan haar thuis.

'Je hebt me voor de gek gehouden,' riep hij uit. 'Ik ga ervandoor naar de Pyramiden. Vaarwel!' En hij vloog weg.

Hij vloog de hele dag en 's nachts kwam hij bij de stad aan. 'Waar zal ik overnachten?' zei hij. 'Ik hoop dat de stad voorbereidingen heeft getroffen.'

Toen zag hij het beeld op de hoge zuil. 'Daar zal ik neerstrijken,' riep hij. 'Het is een mooie plaats, met genoeg frisse lucht. Dus nam hij precies tussen de voeten van de gelukkige prins plaats. 'Ik heb een gouden slaapkamer,' zei hij zachtjes tegen zichzelf, terwijl hij rondkeek. Hij wilde gaan slapen, maar net toen hij zijn hoofd onder zijn vleugels stopte, viel er een een grote druppel water op hem. 'Wat vreemd!' riep hij uit. 'Er is geen wolkje aan de hemel te bekennen, de sterren zijn helder en stralend en toch regent het. Het klimaat in Noord Europa is echt verschrikkelijk. De riet hield van de regen, maar dat was gewoon uit egoïsme.'

Toen viel er nog een druppel.

'Wat voor nut heeft een beeld als het de regen niet tegen kan houden?' zei hij. 'Ik moet een goede schoorsteen gaan zoeken.' Hij besloot weg te vliegen. Maar voordat hij zijn vleugels had gespreid, viel er een derde druppel en hij keek op en zag ... ach, wat zag hij?

De ogen van de gelukkige prins waren gevuld met tranen en er liepen tranen over zijn gouden wangen. Zijn gezicht was zo mooi in het maanlicht dat de kleine zwaluw vol medelijden was.

'Wie ben je?' zei hij.

'Ik ben de gelukkige prins.'

'Waarom huil je dan?' vroeg de zwaluw. 'Je hebt me kletsnat gemaakt.'
de gelukkige prins - oscar wilde
'Toen ik nog leefde en een mensenhart had, wist ik niet wat tranen waren,' antwoordde het beeld. 'Want ik woonde in het paleis van Sans-Souci, waar verdriet niet binnen mag komen. Overdag speelde ik met mijn vrienden in de tuin en 's avonds dansten we in de Grote Zaal. Om de tuin heen was een hele hoge muur, maar ik wilde niet weten wat erachter lag. Alles om me heen was zo prachtig. Mijn hofhouding noemde me de gelukkige prins en ik was ook echt gelukkig, als plezier geluk genoemd kan worden. Zo leefde en stierf ik. En nu ik dood ben, hebben ze me hier zo hoog neergezet dat ik alle lelijkheid en ellende van mijn stad kan zien. En hoewel mijn hart van lood is gemaakt, kan ik niets anders dan huilen.

'Wat! Is hij niet van puur goud?' zei de zwaluw tegen zichzelf. Hij was te beleefd om hardop persoonlijke opmerkingen te maken.

'Ver weg,' vervolgde het beeld op lage muzikale toon, 'ver weg in een kleine straat is er een armoedig huis. Eén van de ramen is open en daar doorheen kan ik een vrouw aan een tafel zien zitten. Haar gezicht is smal en vermoeid en ze heeft ruwe, rode handen, vol prikken van de naald, want ze is een naaister. Ze borduurt passiebloemen op een satijnen jurk voor de lieflijkste van de kamermeisjes van de koningin. Ze gaat dat op het volgende hofbal dragen. In een bed in een hoek van de kamer ligt een kleine zieke jongen. Hij heeft koorts en vraagt om sinaasappels. Zijn moeder heeft alleen rivierwater om hem te geven. Daarom huilt hij. Zwaluw, kleine zwaluw, kun je de robijn uit mijn zwaardgevest niet naar haar brengen? Mijn voeten zitten vast aan deze sokkel en ik kan me niet bewegen.' 'Ik word verwacht in Egypte,' zei de zwaluw. 'Mijn vrienden vliegen heen en weer boven de rivier de Nijl en praten met grote lotusbloemen. Spoedig zullen ze gaan slapen in het graf van de grote koning. De koning is er zelf ook in zijn geverfde kist. Hij is gewikkeld in geel linnen en gebalsemd met kruiden. Om zijn nek is een ketting van bleke groene jade en zijn handen zijn net als verwelkte bladeren.'

'Zwaluw, zwaluw, kleine zwaluw,' zei de prins, 'wil je niet nog één nacht bij me blijven en mijn boodschapper zijn? De jongen is zo dorstig en de moeder zo bedroefd.'

'Ik geloof niet dat ik van jongetjes hou,' antwoordde de zwaluw. 'Van de zomer toen ik op de rivier woonde, waren er twee hele nare jongens, de zonen van de molenaar, die altijd stenen naar me gooiden. Ze raakten me natuurlijk nooit; wij zwaluwen vliegen daar veel te goed voor. Bovendien kom ik uit een familie die heel behendig is. Maar toch was het een teken van gebrek aan respect.'

Maar de gelukkige prins keek zo bedroefd dat de kleine zwaluw spijt had. 'Het is hier heel erg koud,' zei hij. 'Maar ik zal één nacht bij je blijven en je boodschapper zijn. '

'Dank je wel, kleine zwaluw,' zei de prins.

Dus pikte de zwaluw met zijn snavel de grote robijn uit het zwaard van de prins en vloog ermee over de daken van de stad. Hij kwam langs de toren van de kathedraal, met witte marmeren engelenbeelden. Hij kwam langs het paleis en hoorde het geluid van dansen. Een heel mooi meisje kwam het balkon op met haar geliefde. 'Hoe prachtig zijn de sterren,' zei hij tegen haar. 'En hoe prachtig is de macht van de liefde.'

'Ik hoop dat mijn jurk op tijd klaar zal zijn voor het Staatsbal,' antwoordde ze. 'Ik heb borduursel van passiebloemen erop besteld, maar de naaisters zijn zo lui.'

Hij kwam over de rivier en zag de lantaarns hangen in de scheepsmasten. Hij kwam over het getto en zag de oude Joden handel drijven met elkaar en geld wegen op koperen weegschalen. Tenslotte kwam hij bij het armoedige huis en keek naar binnen. De jongen draaide zich telkens koortsig om in zijn bed en de moeder was in slaap gevallen. Ze was zo moe. Hij hipte naar binnen en legde de grote robijn op de tafel naast de vingerhoed van de vrouw. Toen vloog hij zachtjes rond het bed, terwijl hij het voorhoofd van de jongen koelte toewaaide met zijn vleugels. 'Wat voel ik me koel,' zei de jongen. 'Ik word zeker beter.' Toen viel hij in een heerlijke sluimering.

Toen vloog de zwaluw terug naar de gelukkige prins en vertelde hem wat hij had gedaan. 'Het is vreemd,' merkte hij op. 'Ik voel me nu behoorlijk warm, terwijl het zo koud is.'

'Dat komt omdat je een goede daad hebt verricht,' zei de prins. En de kleine zwaluw begon te denken en toen viel hij in slaap. Hij werd altijd slaperig van denken.

Toen de dag aanbrak vloog hij naar de rivier en nam een bad.

'Wat een opmerkelijk verschijnsel!' zei de professor van vogelkunde, terwijl hij over de brug liep. 'Een zwaluw in de winter!' En hij schreef er een lange brief over naar de plaatselijke krant. Iedereen citeerde eruit, er stonden zoveel woorden in die ze niet konden begrijpen.

'Vanavond vlieg ik naar Egypte,' zei de zwaluw en hij was opgetogen bij het vooruitzicht. Hij bezocht al de openbare monumenten en zat lange tijd op de kerktoren. Waar hij ook ging, tjirpten de mussen en zeiden tegen elkaar: 'Wat een bijzondere vreemdeling!' Daardoor had hij het erg naar zijn zin. Toen de maan opkwam, vloog hij terug naar de gelukkige prins. 'Heb je nog iets nodig uit Egypte?' riep hij. 'Ik ga net op weg.'

'Zwaluw, zwaluw, kleine zwaluw,' zei de prins, 'wil je niet nog één nacht bij me blijven?'

'Ik word in Egypte verwacht,' antwoordde de zwaluw. 'Morgen zullen mijn vrienden naar de tweede waterval vliegen. Het nijlpaard drijft daar tussen de lisdodde en op een grote granieten troon zit de God Memnon. De hele nacht kijkt hij naar de sterren en als de morgenster schijnt, uit hij één kreet van vreugde en is dan stil. 's Middags komen de gele leeuwen naar de rand van het water om te drinken. Ze hebben ogen als groene *beryls en hun gebrul is luider dan het gebrul van de waterval.'

de gelukkige prins - oscar wilde

'Zwaluw, zwaluw, kleine zwaluw,' zei de prins, 'ver weg in de stad zie ik een jonge man in een zolderkamertje. Hij leunt over een bureau dat bedekt is met papieren. In een glas naast hem is een bos verwelkte viooltjes. Zijn haar is bruin en netjes en zijn lippen zijn rood als granaatappels en hij heeft grote, dromerige ogen. Hij probeert een toneelstuk af te maken voor de Directeur van het Theater, maar hij heeft het te koud om nog te kunnen schrijven. Er is geen vuur in de kachel en honger heeft hem verzwakt.'

'Ik zal nog één nacht bij je blijven,' zei de zwaluw, die echt een goed hart had. 'Zal ik een andere robijn naar hem toe brengen?'

'Helaas, heb ik nu geen robijn meer,' zei de prins. 'Mijn ogen zijn alles wat ik over heb. Ze zijn gemaakt van saffieren, die duizend jaar geleden uit India zijn gebracht. Pik ze eruit en breng ze naar hem. Hij zal het aan de juwelier verkopen en voedsel en brandhout kopen en zijn toneelstuk afmaken.'

'Lieve prins,' zei de zwaluw, 'dat kan ik niet doen.' En hij begon te huilen.'Zwaluw, zwaluw, kleine zwaluw,' zei de prins, 'doe wat ik je opdraag.'

Dus pikte de zwaluw het oog van de prins eruit en vloog weg naar het zolderkamertje van de student. Het was gemakkelijk genoeg om binnen te komen, want er was een gat in het dak. Hier vloog hij doorheen en kwam in de kamer. De jonge man zat met zijn hoofd in zijn handen, waardoor hij het gefladder van de vleugels niet hoorde. Toen hij opkeek zag hij de mooie saffier op de verwelkte viooltjes liggen.

"Ze beginnen me te waarderen,' riep hij. 'Dit is van de één of andere grote bewonderaar. Nu kan ik mijn toneelstuk afmaken.' En hij zag er heel gelukkig uit.'

De volgende dag vloog de zwaluw naar de haven. Hij zat op de mast van een grote boot en keek toe hoe de zeelui met touwen grote kisten uit het ruim haalden. 'Omhoog!' riepen ze, telkens als er een kist uit kwam. 'Ik ga naar Egypte!' riep de zwaluw, maar niemand sloeg daar acht op en toen de maan opkwam, vloog hij terug naar de gelukkige prins. 'Ik kom afscheid nemen,' riep hij. 'Zwaluw, zwaluw, kleine zwaluw,' zei de prins, 'wil je niet nog één nacht bij me blijven?'

'Het is winter,' antwoordde de zwaluw. 'En de koude sneeuw zal er al gauw zijn. In Egypte is de zon warm op de groene palmbomen en de krokodillen liggen in de modder en kijken lui om zich heen. Mijn metgezellen bouwen een nest in de Tempel van Baalbek en de rose en witte duiven kijken toe en kirren tegen elkaar. Lieve prins, ik moet je verlaten, maar ik zal je nooit vergeten. Volgend voorjaar zal ik twee prachtige juwelen voor je brengen om de plaats in te nemen die je weg hebt gegeven. De robijn zal roder zijn dan een rode roos en de saffier zal zo blauw zijn als de grote zee.'

'Op het plein beneden ons staat een klein meisje dat lucifers verkoopt,' zei de gelukkige prins. 'Ze heeft haar lucifers in de goot laten vallen en ze zijn allemaal bedorven. Haar vader zal haar slaan als ze niet wat geld thuis brengt en ze huilt. Ze heeft geen schoenen of kousen en haar kleine hoofdje is onbedekt. Pik mijn andere oog eruit en geef het aan haar en haar vader zal haar niet slaan.'

'Ik zal nog één nacht bij je blijven,' zei de zwaluw. 'Maar ik kan je oog niet eruit pikken. Je zou dan helemaal blind zijn.'

'Zwaluw, zwaluw, kleine zwaluw,' zei de prins, 'doe wat ik je opdraag.'

Dus pikte hij het andere oog van de prins eruit en stoof ermee weg. Hij scheerde langs het meisje met de lucifers en liet het juweel in haar hand vallen. 'Wat een mooi stukje glas,' riep het kleine meisje en ze rende lachend naar huis.

Toen kwam de zwaluw terug bij de prins. 'Je bent nu blind,' zei hij. 'Dus zal ik altijd bij je blijven.'

'Nee, kleine zwaluw,' zei de arme prins, 'je moet weg gaan naar Egypte.'

'Ik zal altijd bij je blijven,' zei de zwaluw en hij sliep aan de voeten van de prins. De volgende dag zat hij op de schouder van de prins en vertelde hem verhalen over de dingen die hij ins verre landen had gezien. Hij vertelde hem over de rode ibissen, die in lange rijen op de oevers van de Nijl staan en goudvissen in hun snavels vangen. Hij vertelde van de sfinx, die zo oud is als de wereld en in de woestijn leeft en alles weet. Hij vertelde van de handelaars, die langzaam naast hun kamelen lopen en kettingen van amber in hun handen dragen. Hij vertelde van de koning van de Maanbergen, die zo zwart is als ebbenhout en die een grote kristal aanbidt. Hij vertelde over de grote groene slang die in een palmboom slaapt en twintig priesters heeft die het honingcake voeren. En hij vertelde over de pygmeeën die op grote platte bladeren zeilen over een groot meer en altijd oorlog voeren met de vlinders.

'Lieve kleine zwaluw,' zei de prins, ' je vertelt met zulke fantastische dingen. Maar het lijden van mannen en vrouwen is fantastischer dan alles. Er is geen enkel mysterie zo groots als ellende. Vlieg over mijn stad, kleine zwaluw, en vertel me wat je daar ziet.'

Dus vloog de zwaluw over de grote stad en zag de rijken feest vieren in hun prachtige huizen, terwijl de bedelaars aan de poorten zaten. Hij vloog in de donkere stegen en zag de witte gezichten van hongerige kinderen die lusteloos naar buiten keken. Onder de boog van een brug lagen twee kleine jongens in elkaars armen om te proberen elkaar en zichzelf warm te houden. 'Wat hebben we toch een honger!' zeiden ze. 'Jullie mogen daar niet liggen,' riep de nachtwaker en ze liepen de regen in. Toen vloog hij terug en vertelde de prins wat hij had gezien. 'Ik ben bedekt met zuiver goud,' zei de prins. 'Je moet het blaadje na blaadje eraf halen en aan de armen geven. De levenden denken altijd dat goud ze gelukkig kan maken.'

Blaadje na blaadje van het zuivere goud pikte de zwaluw eraf, totdat de gelukkige prins er heel dof en grijs uitzag. Blaadje na blaadje van het zuivere goud bracht hij naar de armen en de gezichten van de kinderen werden steeds roziger en ze lachten en deden spelletjes op straat. 'Nu hebben we brood!' riepen ze. Toen kwam de sneeuw en nadat de sneeuw was gekomen, begon het te vriezen. De straten zagen eruit alsof ze van zilver waren gemaakt, ze waren zo helder en glinsterend. Lange ijskristallen hingen van de dakgoten van de huizen af, net kristallen dolken. Iedereen liep in bont rond en de kleine jongens droegen rode petten en schaatsten op het ijs. De arme kleine zwaluw kreeg het almaar kouder, maar hij wilde de prins niet verlaten. Hij hield teveel van hem. Hij pikte kruimels op bij de deur van de bakkerij als de bakker niet oplette en probeerde zichzelf warm te houden door met zijn vleugels te klapperen.

Maar tenslotte wist hij dat hij ging sterven. Hij had nog net genoeg kracht om nog één keer te vliegen naar de schouder van de prins. 'Vaarwel, lieve prins!' mompelde hij. 'Mag ik je hand kussen?'

'Ik ben blij dat je eindelijk naar Egypte gaat, kleine zwaluw,' zei de prins. 'Je bent hier veel te lang gebleven. Maar je moet me op de lippen kussen, want ik hou van je.'

'Het is niet Egypte waar ik heen ga,' zei de zwaluw. 'Ik ga naar het huis van de dood. Dood is de broer van slaap, nietwaar?'

En hij kuste de gelukkige prins op de lippen en viel toen dood aan zijn voeten.

Op dat moment klonk er een vreemd gekraak in het beeld, alsof er iets was gebroken. Het loden hart was namelijk precies doormidden gebroken. Het vroor echt heel hard. De volgende morgen vroeg liep de burgemeester op het plein beneden in gezelschap van de gemeenteraadsleden. Toen ze langs de zuil kwamen, keek hij omhoog naar het beeld. 'Kijk nou toch! Wat ziet de gelukkige prins er haveloos uit!' zei hij. 'Hij ziet er inderdaad heel haveloos uit!' riepen de gemeenteraadsleden, die het altijd eens waren met de burgemeester. En ze gingen omhoog om ernaar te kijken.

'De robijn is uit zijn zwaard gevallen, zijn ogen zijn weg en hij is niet langer van goud,' zei de burgemeester. 'In feite is hij niet veel beter dan een bedelaar.'

'Niet veel beter dan een bedelaar,' zeiden de gemeenteraadsleden.

'En er is zelfs een dode vogel aan zijn voeten!' vervolgde de burgemeester. 'We moeten een verbod uitvaardigen voor vogels om hier te sterven.' En de gemeentesecretaris maakte een notitie van de suggestie.

Dus werd het beeld van de gelukkige prins neergehaald. 'Aangezien hij niet mooi meer is, is hij niet nuttig meer,' zei de professor van Kunst aan de universiteit.

Toen smolten ze het beeld in een oven en de burgemeester hield een vergadering om te besluiten wat er met het metaal moest gebeuren. 'We moeten natuurlijk een ander beeld hebben,' zei hij. 'En het zal een beeld van mijzelf zijn.'

'Van mijzelf,' zeiden de gemeenteraadsleden en vervolgens maakten ze ruzie. Het laatste wat ik van ze hoorde, was dat ze nog steeds ruzie maakten.

'Hoe vreemd!' zei de opzichter van de arbeiders in de metaalgieterij. 'Dit gebroken loden hart smelt niet in de oven. We moeten het weggooien.' Dus gooiden ze het op de vuilnishoop waar de dode zwaluw ook lag.


de gelukkige prins - oscar wilde

de gelukkige prins - oscar wilde

de gelukkige prins - oscar wilde


Copyright © Deirdre Dorsett 2002
Nieuw! Het prentenboek van Deirdre Dorsett "De paarse maan"! (Vertaald uit het Engels: The Purple Moon) Bestel het per email. Plaats a.u.b. de naam van het gewenste boek in de regel van onderwerp of in de tekst van het bericht. Bedankt! email Bestellingen Of koop dit ebook nu snel en veilig via Paypal door de witte knop aan te klikken



email hier om lid te worden van de ebookclub            onze_gratis_spirituele_ebooks            ebook-winkel         artikelen            onze_selectie van tastbare boeken, dvd's en kleurboeken            boekbeschrijvingen_&_recensies            dieet_voeding-&_gezondheid           vegetarische_recepten            spiritueel_tuinieren           www.trans4mator.nl_de_Transformator_voor_Energetische_Verandering           Vind_je_passie_met_de_Transformator!
           afbeeldingen van Sulamith Wulfing, Gustav Dorť, Marja Lee Kruijt e.v.a.            voor_kinderen sprookjes, verhalen, elfjes en kleurplaten
              inspirerende_Engelse_songteksten            metafysische_Engelse_gedichten           links_naar_interessante_sites           English absolute1.net (Engels} with free ebooks
Voor de kinderen
de kinderpagina met sprookjes, verhalen, elfjes en kleurplaten

je eigen huisdier op het net
plaatjes van feeŽn en elfjes
meer plaatjes van feeen en elfen
Japanse en oosterse elfen en engelen van ami angelis
diverse kleurplaten.
Harry Potter kleurplaten
ballerina elf
kleurplaten van bloemenkinderen
Margareth Lee - het verhaal van Wonder, de kat die geen muizen wilde vangen
Oscar Wilde - De gelukkige prins
Margery Williams - Het fluwelen konijn
Margareth Lee's versie van 'De drie wensen'
Jan en de bonestaak
De echte prinses